Gedragsregels
Gedragsregels tijdens tour- en clubtochten.
Onderstaande richtlijnen zijn er voor onze veiligheid en die van onze medeweggebruikers. Spreek elkaar hier op wanneer de veiligheid of algemeen fatsoen in het geding komt.
Veiligheid
Het dragen van een helm is verplicht. Daarnaast raden we ook aan handschoenen te dragen aangezien dit schade aan handen echt kan beperken.
Zorg dat je fiets in orde is
Je fiets is aan slijtage onderhevig, dus check geregeld of je er veilig mee de weg op kunt en onderneem actie wanneer dat nodig is. Of laat dat doen door een fietsenmaker. Daarnaast is het advies om bijvoorbeeld een fietspomp, bandenafnemers en extra binnenband mee te nemen, zodat je verder kan mocht je onderweg toch een lekke band krijgen.
Volg de instructies van de wegkapitein
Onze wegkapiteins hebben de leiding. Elke groep heeft een wegkapitein die instructies geeft. Bestuursleden nemen de verantwoordelijkheid als wegkapitein. Wanneer je een GPX.route hebt ontvangen voor je fietsnavigatie laadt deze dan altijd in zodat duidelijk is welke route we fietsen. Laad de route altijd voor het starten van de fietstocht in i.v.m. de veiligheid. Doe dit nooit tijdens het fietsen.
Rij twee-aan-twee
Fiets zoveel mogelijk met zijn tweeën naast elkaar, en wijk daar alleen vanaf als het echt niet anders kan. We rouleren altijd met de klok mee. De linkerzijde schuift naar voren en de rechterzijde laat zich langzaam afzakken.
Blijf achter je voorganger
Communiceer als je van kop af wil, verander niet zomaar van positie. Wanneer je achter iemand rijdt, zorg dan dat je voorwiel achter diens achterwiel blijft. Dan blijf jij overeind als de voorganger plotseling moet uitwijken.
Geef signalen bij obstakels en tegenliggers
Wijs elkaar op risico’s, zoals putdeksels, gaten, paaltjes, stokken, zand en grind. Via een handgebaar en/of roep even. Komt er een auto of fietser tegemoet, waarschuw achterliggers dan met een armgebaar en roep “tegen”. Bij inhalen, kijk eerst of dat veilig kan en rem af wanneer nodig. Gebruik je bel om kenbaar te maken dat je eraan komt en waarschuw de groep met een armgebaar en roep “voor”. Zorg ervoor dat het signaal van de voorste rijder ook achter in de groep terechtkomt. Let op bij paarden en bejaarden. Die kunnen schrikken van hard geroep en van een peloton wielrenners, dus rem gewoon af. http://www.knwu.nl/starten-met-fietsen/weggedrag
Let extra goed op met oversteken
Oversteken met een groep werkt echt anders dan als je alleen bent. Waarschuw de mensen achter je of er verkeer aankomt. Is de weg vrij, dan roep je “Vrij”. Check na het oversteken altijd of iedereen er is en wacht tot de groep weer compleet is.
Houd je handen bij de remmen
Je moet gewoon op tijd kunnen remmen. Zeker in een groep. Als je te laat bent en hard moet remmen, komen de mensen achter je in de problemen en zijn de gevolgen niet te overzien. Dus: GEEN handen op het stuur, maar ALTIJD bij je remmen. Het gebruik van een triathlon stuur is tijdens groepsritten verboden.
Rustig aan na een bocht
Een groep komt anders door een bocht dan een individu. Achterin is gewoon meer tijd nodig om weer op snelheid te komen. Dus om te voorkomen dat mensen steeds volle bak gaten moeten dichtrijden, hoor je voorin rustig aan weg te rijden uit een bocht.
Samen uit, Samen thuis
Houd elkaar in de gaten, spreek elkaar aan en houd het veilig. Rijd elkaar niet in de vernieling, sterkere renners houden rekening met zwakkere. Wie moe wordt, is minder alert en dan ligt een stuurfoutje of erger zomaar op de loer. Als je dit bij jezelf merkt dan draai je door volgens het rouleersysteem . Denk je het bij een ander te zien, check het dan even en zorg voor elkaar. Ook bij pech helpen we elkaar en wachten we op elkaar, tenzij degene echt niet verder kan fietsen. In het geval van een ongeluk idem dito.
Houd je aan de verkeersregels
Houd je ten alle tijde aan de verkeersregels. Dit vooral om ergernis bij andere weggebruikers te voorkomen. Een slecht fietspad is geen uitzondering om op de weg te fietsen. Er wordt dan ook ten alle tijde gebruik gemaakt van fietspaden waar dat mogelijk is. Wanneer de weg heel erg slecht is, luister dan naar de instructies van de wegkapitein. Bij hoge uitzondering kan een andere weg gekozen worden bij een slecht wegdek. Afval van eten/ repen neem je weer mee naar huis of gooi je onderweg in een prullenbak. Blijf beleefd tegen andere weggebruikers.