
Wanneer je met een groep gaat fietsen is het belangrijk om rekening met elkaar te houden. Wat jij voor je ziet, ziet diegene achter je hoogstwaarschijnlijk niet. Daarom hebben de renners voorop een grote verantwoordelijkheid om al het naderende gevaar door te geven aan de rest van de groep. Hoe je dat doet lees je hieronder. De verantwoordelijkheid ligt niet alleen bij de voorste renner, het is ook heel belangrijk dat de volgende gebaren doorgegeven worden naar achteren.
Richting aangeven

Deze ben je waarschijnlijk wel gewend en gebruik je op een stadsfiets ook. In Nederland is het heel gebruikelijk voor alle fietsers om hun hand uit steken, om zo de richting aan te geven waar ze heen gaan. In de groep is dat niet anders. Degene die in een peloton voorop rijdt, is ook degene die aangeeft welke kant het op gaat. Het gebaar wordt dan overgenomen door de rest van de groep, zodat iedereen weet welke kant je op gaat. De fietsers voorop kunnen nog duidelijker zijn door een zwaaibeweging te maken naar de kant waar de route heen gaat. Zo is het over de helmen heen ook goed te zien. Even ‘links’ of ‘rechts’ roepen kan ook geen kwaad. Belangrijk: op kruisingen is het geen overbodige luxe om aan te geven dat jullie route rechtdoor gaat. Wuif dan met je hand hoog boven je hoofd naar voren.
Wijzen

Grote kans dat wanneer je in een groep over de weg of op het fietspad fietst, je obstakels tegenkomt, zoals bijvoorbeeld een gat in de weg of een paaltje. Om te voorkomen dat er iemand dit niet ziet, wordt dit aangegeven door te wijzen naar het object dat vermeden moet worden. De voorsten zullen dit als eerste doen, zodat de rest kan ontwijken en het gebaar over kunnen nemen. Het wijzen wordt vaak gecombineerd met een kreet als ‘Paaltje!’. Zo weet iedereen die volgt dat er een paaltje aan zit te komen en waar die zich bevindt. In sommige gevallen staan er twee paaltjes aan beide kanten van de weg, dan wordt er uiteraard twee keer gewezen en waar nodig ‘beide kanten!’ aan de kreet toegevoegd. Hoe duidelijker, hoe beter in dit geval!
Uitwijken

Soms kom je onderweg wandelaars of andere fietspadgebruikers tegen die je in moet halen, of die je juist tegemoet komen. Om je medefietsers te waarschuwen dat ze even aan een kant van de weg moeten blijven beweegt de renner voor je zijn/haar hand in zijwaartse beweging naast zijn heup of achter zijn/haar billen langs. Meestal gebeurt dit met de wijs- en ringvinger of met de volledige vlakke hand. Het lijkt het meest op iemand die een stinkende scheet weg wil wuiven. Dit gebaar is niet bedoeld om de flatulentie van sommige renners te verdoezelen, maar om het uitwijken voor een naderend object aan te geven. Dit is een erg belangrijk gebaar om een botsing te voorkomen.
Overnemen

Er wordt stevig doorgereden en je bevindt je op de tweede rij in het wiel. De renner voor je steekt zijn ellenboog uit en beweegt deze vervolgens naar voren. Wat is er aan de hand? Als iemand dit doet, dan wil hij of zij dat je overneemt. Wanneer er niet aan dit verzoek wordt voldaan zal de renner dezelfde beweging nog een keer maken of zelfs twee keer achter elkaar. Als je dit ziet, dan betekent het dus dat het jouw beurt is op kop. Neem je niet over? Dan is de kans groot dat je de rest van je wielercarrière als ‘linkebal’ of ‘plakker’ uitgemaakt zal worden.
De vogeltjesdans

Misschien heb je het al eens eerder meegemaakt; de renner voor je gaat op de pedalen staan en zakt hierdoor een fractie van een seconde terug in snelheid. Op het moment dat jij dicht achter hem of haar rijdt, kan het zo gebeuren dat jullie in elkaar rijden. Om te voorkomen dat je de volgende keer niet meer welkom bent bij de groepsrit, is het goed om te weten hoe je kan laten weten aan de mensen achter je dat je even gaat staan. Doe dan de vogeltjesdans. Zoals de naam al doet vermoeden beweeg je twee keer vlot met je ellebogen van binnen naar buiten alvorens je gaat staan. Het ziet er misschien wat vreemd uit, maar het kan veel ellende voorkomen!
Vaart minderen

De voorste renners hebben beter overzicht en kunnen anticiperen op wat er ver voor de groep gebeurt. Als ze een gevaarlijke situatie naderen, bewegen ze de vlakke hand, horizontaal gehouden, op en neer op kniehoogte. Dit is een teken voor de groep om snelheid te minderen. Er wordt niet gestopt, maar er nadert bijvoorbeeld een wegversmalling of er is veel verkeer op de weg.
Draaien

In elk peloton, zowel bij de profs als de zondagochtend amateurs, hebben de voorste rijders last van de wind. Daarom wordt er regelmatig doorgedraaid (kop over kop fietsen). Om dit signaal visueel kracht bij te zetten wordt vaak het ‘stir the pot’ teken (bekend van basketballer James Harden) gebruikt. Je wijst met je wijsvinger naar beneden en maakt een draaiende beweging. Doe dit wel boven je hoofd, zodat ook alle medefietsers achter je dit zien.
Stoppen

Om aan te geven dat de groep gaat stoppen, steekt de renner vooraan de hand in de lucht. Dit wordt dan overgenomen door de rest van de groep, zodat iedereen weet dat er wordt gestopt. Een beetje zoals je alarmlichten aanzetten bij een plotseling ontstane file.
Bonus: de kreten
In een groep wielrenners wordt vaak het een en ander geschreeuwd. Dit lijkt in het begin onaardig, maar toch heeft het een hele sociale functie. Met al dat windgeruis en relatief hoge snelheid is het lastig om elkaar in de groep goed te verstaan. Daarom worden een aantal signalen versterkt met een kreet. Zo kwam al het ‘Paaltje!’ aan bod, maar ook een tegenligger wordt vaak verwelkomt met het woord ‘Tegen!’ Dit lijkt dan voor de andere weggebruikers heel asociaal, een groep fietsers die naar hen schreeuwt, maar voor de tegenliggers is het maar beter dat hun komst wordt aangekondigd. Door dit te roepen weet iedereen dat er een tegenligger nadert. Zo voorkom je botsingen.
Wat ook niet onbelangrijk is om te roepen is de komst van tegemoet- of achteropkomend verkeer. Dit voorkomt schrik op de fiets en verzekerd iedereen van een veilig weerzien met de dierbaren na afloop van de rit.
Met dank aan: Bicycling.nl